De terugkeer van een oude Telegraaf-roddel in zaak Demmink (1)

11-12-2014 19:32

Even voor de duidelijkheid: De zaak Demmink en 'Clausgate' hebben niets met de zaak Koos H. te maken. De enige link was dat het Algemeen Dagblad een artikel op 8 oktober 2012 publiceerde met de getuige Nico van Empel, dezelfde man waar Peter R de Vries ook gebruik van maakte in zijn drieluik over Koos H.

In het boek De Demmink Doofpot, (blz. 48-49 en productie 14 blz. 207-208) is er een paragraaf gewijd aan de relatie tussen de oud-secretaris generaal van Veiligheid en Justitie Demmink en het Koninklijk Huis. Het stuk is geschreven door oud-journalist Micha Kat. Het gaat dan specifiek om de oud-advocaat van het Koninklijk Huis, F. Salomonson en Prins Claus. Deze F. Salomonson zou op zijn beurt contacten hebben onderhouden met de oud-secretaris generaal. Twee buurmannen van Salomonson en een  getuige beweerden dat Salomonson een martelkamer had (van Koos H. werd ook gezegd dat hij een martelkamer had!) in zijn toenmalige pand aan de Keizersgracht te Amsterdam. De martelkamer bevond zich in de kelder van het huis waar kinderen seksueel door Demmink, Salomonson en prins Claus werden misbruikt, althans dat beweert deze getuige. Deze getuige werd onlangs nog verhoord in het kader van het voorlopige getuigenverhoor i.o. van de Stichting de Roestige Spijker om onderzoek (geen strafrechtelijk onderzoek) te doen naar de beschuldigingen tegen de oud-secretaris generaal van Veiligheid en Justitie. Zie hier de conclusies van de Stichting de Roestige Spijker n.a.v. de getuigenverhoren.

 

Maar wat was de aanleiding voor de beschuldigingen, wat ging er allemaal aan vooraf? Belangrijk is ook wat en wanneer (en door wie!) werd gepubliceerd en wat speelde er toen? Wat is de oorsprong van de berichtgeving en de context waarin het plaatsvond? Allemaal zaken die belangrijk zijn om te kunnen bepalen of de aantijgingen geloofwaardig zijn en waarheid kunnen bevatten.

 

In 1983 verspreidde journaliste Josje Hagers van de Telegraaf dat prins Claus homo was omdat hij, samen met de advocaat van het Koninklijk Huis, F. Salomonson in New York in homobars zou zijn gesignaleerd. Daarvan zouden heimelijke camerabeelden van zijn gemaakt ofschoon er nimmer bewijs hiervan ooit werd geleverd. Eén van de journalisten waar Josje Hagers haar verhaal aan vertelde was Willem Oltmans. Dit was niet toevallig want Willem Oltmans was in een conflict betrokken waar prins Claus een hoofdrol in speelde. Eind februari 1981 maakte Prins Claus, in zijn functie als bijzonder adviseur van de minister van Ontwikkelingssamenwerking,  deel uit van een Nederlandse delegatie naar India. Willem Oltmans wilde net als andere journalisten verslag doen van deze reis maar werd het werken onmogelijk gemaakt om een journalistieke reportage hiervan te maken. Zo werd hij door Nederlandse diplomaten genegeerd en werd hij niet van het reisprogramma op de hoogte gesteld. Hij had zich al diverse malen daarover geklaagd bij de RVD (Rijksvoorlichtingsdienst), waar hij geen gehoor kreeg en had daarom uiteindelijk een rechtzaak aangespannen en Prins Claus als getuige opgeroepen. Hij eiste een schadevergoeding van 10.000 gulden van de Nederlandse Staat die in april 1982 werd afgewezen door de Haagse rechtbankpresident mr. Wijnholt.

Josje Hagers van de Telegraaf schreef naar aanleiding hiervan een kort verslag die de feiten verdraaide door expliciet te vermelden dat Prins Claus hem niet te woord wilde verstaan (wat niet waar was en waar het Oltmans ook niet om te doen was geweest). Ook suggereerde het stuk van Josje Hagers dat de Staat schadevergoeding moest betalen vanwege ‘het gedrag van de Prins’. Alsof het allemaal de schuld was van Claus, het lag veel genuanceerder en breder want de Nederlandse Staat zat Oltmans al sinds 1956  -door o.a. op gezette tijden geheim agenten op hem af te sturen maar ook werden journalisten (ingeschakeld door de inlichtingendienst BVD) die hem door slijk moesten halen in artikelen of columns-   Allemaal zaken die Oltmans het werken als journalist onmogelijk maakten, zo bleek uiteindelijk later in het jaar 2000 toen Oltmans een schadevergoeding kreeg van 7,5 miljoen gulden.

Maar we gaan even terug om de chronologische weergave van de gebeurtenissen nog eens op een rij te zetten.

 

In september 1982 werd Claus opgenomen vanwege depressieve klachten in het Radboudziekenhuis in Nijmegen (later in de psychiatrische kliniek in Basel). Kort daarvoor deden in juni 1982 bezochten de toenmalige Koningin Beatrix en Prins Claus de VS aan voor een staatsbezoek…(Waar het gerucht van Josje Hagers op gebaseerd was)

Ondertussen was Oltmans in hoger beroep gegaan maar in november 1982 verloor hij zijn zaak opnieuw.

Zo’n half jaar later (tegen de zomer van 1983) kwam de geruchtenstroom pas goed op gang aangezwengeld door Josje Hagers over de vermeende homofilie van Prins Claus en zijn bezoek samen met de toenmalige advocaat van het Koninklijk Huis, Frits Salomonson in New Yorkse homobars. Volgens haar zou een nieuwe Greet Hofmans affaire in het verschiet liggen. Begin augustus 1983 werd Oltmans door een West-Duitse journalist gebeld met de vraag of hij kon bevestigen dat Prins Claus een homofiel was. Oltmans probeerde de journalist te overtuigen dat dit niet het geval was en het verhaal complete onzin was. Een paar weken later, op 22 augustus 1983, publiceerden de ochtendbladen het bericht dat de Nederlandse ambassade in Bonn zich zorgen maakte over een aankomende publicatie met o.a. over Claus in Der Spiegel. Willem Oltmans besloot snel te handelen voordat het te laat was en organiseerde een persconferentie op 24 augustus in perscentrum Nieuwspoort. Met de persconferentie probeerde Oltmans de beschuldigingen te ontkrachten en druk uit te oefenen op Josje Haagers en de Telegraaf door haar beschuldigingen te onderbouwen met bewijzen. Een dag van tevoren had premier Ruud Lubbers zelfs nog vragen van Kamerlid Janmaat beantwoord omtrent de kwestie en gezegd dat er geen incident rond Claus in de VS had plaatsgevonden. De woordvoerder van de RVD, van der Vloet, zei tegen journalist Lex Runderkamp van Vrij Nederland na de persconferentie: “Dat de roddel rond de Koninklijke familie door de persconferentie van Oltmans is gezuiverd”.  Lex Runderkamp zal later in dit verhaal weer opduiken met de zogenaamde Runderkamp-papers terwijl hij donders goed weet hoe het zat met de roddels over Salomonson…

Dit is echter nog niet alles: Frits Salomonson (advocaat van de Koninklijke familie) kwam met een verklaring via het ANP dat hij kon aantonen werkzaam te zijn geweest op de rechtbank te Amsterdam. Hij was dus niet meegereisd met Koningin Beatrix en Claus naar de VS zoals Josje Hagers van de Telegraaf had beweerd.

Het uiteindelijke resultaat was van Oltmans’ actie dat het bewuste artikel in Der Spiegel werd niet gepubliceerd (met de oorspronkelijke inhoud) maar kwam met een afgeslankte versie. En dat de Telegraaf niet kwam met bewijzen die de geruchten over Prins Claus konden staven.  

 

De jaren ’90: Burenruzie

Zo’n 10 jaar na deze ‘affaire’ begon dus in feite een zekere herhaling van wat in de jaren 80 had plaatsgevonden, het begon als een burenruzie waarvan  Salomonson niet eens de hoofdoorzaak was. Over de burenruzie werd in het Stan Huygens (pseudoniem voor Thomas Lepeltak) journaal, de society rubriek van de Telegraaf voor het eerst op  7 november 1992 bericht. Het ging over een aangelegde luchtpijp die uitmondde in de gevel op de binnenplaats aan de Keizersgracht 499. Het pand werd gehuurd door o.a. 4 personen: Salomonson, mevr. Bosman (hoofd algemene administratie gemeente Amsterdam, dhr. Hosman, P. Houben, en zijn vriend J. Sietsma. De heren gebruikten hun woning als pied-à-terre. Mevrouw Bosman had last van de stankoverlast die de afvoerpijp zou veroorzaken en begon een procedure die inmiddels al zo’n 50.000 gulden had gekost. Het pijpje was zonder toestemming van de vereniging van eigenaren aangelegd en mevr. Bosman kreeg het voor elkaar dat de gemeentelijke Bouw en Woningtoezicht zich ermee ging bemoeien. Deze legde een dwangsom op als de afvoerpijp niet werd verwijderd. Meneer Sietsema ging zich zelfs beklagen bij burgemeester van Thijn over de handelwijze van mevrouw Bosman die dus tevens bij de gemeente werkte. De zaak escaleerden als maar verder, zo b.v. procedeerden Sietsma en Houben tegen bovenbuurman Hosman. Maar dit niet alleen: de beiden heren Sietsma en Houben hadden ook last van advocaat Salomonson. De klacht was dat Salomonson dag en nacht bezoek ontving met soms gebruikmakend van het trappenhuis. Ze lieten zelfs een beveiligingscamera installeren om te zien wie de bezoekers waren. Hierop voelden mevrouw Bosman en Salomonson zich in hun privacy aangetast. Wat weer tot gevolg had dat er een procedure werd gestart tegen Sietsma en Houben. Op 5 januari 1993 haalt de ‘burenruzie op niveau’ weer het Stan Huygens journaal. De rechter was persoonlijk  al polshoogte komen nemen en dhr Sietsema had zelfs een venijnig sinterklaasgedicht gehad waarvan hij vermoedde dat mevrouw Bosman de kwade genius was van het gedicht en pakketje. Verder werd in het bericht gemeld dat Sietsma zijn zaak zou verliezen en dat de afvoerpijp en camera zou moeten verwijderen. Maar daarvan wilde hij niets weten en wilde doorprocederen desnoods tot aan de Hoge Raad.

Lang bleef het stil maar de heren Sietsema en Houben bleven doorgaan en dan met name tegen de inmiddels oud-advocaat van de Koningin, Frits Salomonson. Zij hadden meermalen in het openbaar verklaard (ongeveer vanaf 1997) dat Salomonson een ruimte in zijn huis als `seksmartelkamertje' had gebruikt. Zij suggereerden tevens dat er Dutroux-achtige (affaire die begon in 1996) praktijken hadden plaatsgevonden aan de Keizersgracht, want zij hadden ooit schoten in de tuin gehoord en er zouden zelfs beenderen gevonden zijn.  

Ondanks dat er jaren eerder een beveiligingscamera had gehangen en geen enkel bewijs was voor deze beweringen lijken deze vooral geïnspireerd te zijn onder de massale aandacht die destijds de zaak Dutroux kreeg in zowel België als in ons land.

Direct daarop spande Salomonson een kort geding aan tegen de twee heren die hij succesvol won. Maar daarmee was het niet gedaan: Hij startte ook een strafzaak. De twee heren kwamen met getuigen die hun beweringen zouden moeten ondersteunen. Het was de hoofdredacteur Willem Smitt van het weekblad Privé, de zijtak van de Telegraaf, met zogenaamd pikante informatie. Hem waren in 1987 10 foto’s aangeboden waarop te zien zou zijn hoe Salomonson zich liet verwennen (SM) door 3 a 4 jongens die hooguit 16 jaar waren. Hij had geen aangifte gedaan omdat hij de advocaat van de Koningin was zo vertelde hij de rechter en officier van justitie op 14 juli 1999. De jongensprostituee was als getuige ook aanwezig en bevestigde het verhaal van de hoofdredacteur. Na het gesprek dat hij had met de hoofdredacteur in 1987 had hij de foto’s zelf verbrand. Nogmaals: geen concreet bewijs werd geleverd. En: wat heeft hebben deze getuigenissen te maken met het zogenaamde ‘seksmartelkamertje’ aan de Keizersgracht?

De juridische strijd van de heren Houben en Sietsma ging verder. In de tussentijd was dhr. Sietsma overleden en dhr. Houben had een hersenbloeding gehad. Inmiddels had de advocaat mr. Anker hun hoger beroep zaak (smaad) voortgezet. De journalist (een vurig anti-monarchist)  Ton Biesemaat schreef op 5 oktober 2005 hierover een stuk in het Must magazine (inmiddels ter ziele) met als suggestieve titel Over  schandknapen, het hof en de dingen die maar niet voorbij gaan…

Het eerste gedeelte van zijn artikel bevat informatie die al in het NRC artikel (15 juli 1999) “Veel Bloed” stond. Het blijkt uit het artikel van Ton Biesemaat dat de rechter destijds een door notaris opgemaakte beëdigde verklaring van een echtpaar genegeerd zou hebben, aldus een getuige BvW. Deze getuige zou in maart 2014 voor de Stichting de Roestige Spijker weer van doen spreken tegen Demmink (hoewel hij dus toen niets heeft verklaard over Demmink!) Dit echtpaar zou hebben verklaard dat ze Prins Claus in een bordeel hadden gezien in een ‘compromitterende’ houding met een 12- tot 13-jarige jongen. Volgens het artikel van Biesemaat heeft het Parool van 30 november 1999 het echter over: “Een getuige a decharge die alleen door de rechter-commissaris of achter gesloten deuren wilde worden gehoord en die zou hebben gezien dat klager seksuele gemeenschap met een kind van tien tot dertien jaar had, werd door de rechtbank niet toegelaten.“

Ton Biesemaat sprak dus met deze getuige BvW, een letterlijk citaat uit het artikel: ” BvW bevestigt in enkele telefoongesprekken tegenover Must dat JtB ( de jongensprostituee die Willem Smitt van weekblad Privé met foto’s zou hebben benaderd) de waarheid verteld heeft. BvW: “Niemand gelooft mij omdat ik een verleden heb van prostitutie en ook wel eens wat crimineels heb gedaan.” Maar Ton Biesemaat vraagt bijvoorbeeld niet aan BvW wat zijn relatie was met het echtpaar (wat was hun relatie met de twee buurmannen?) en of hij zelf ooggetuige was geweest van de vermeende pedofiele activiteiten van Prins Claus al dan niet met Salomonson of alleen hemzelf.

Lees verder voor deel 2 :www.kooshenderechter.nl/news/de-terugkeer-van-een-oude-telegraaf-roddel-in-zaak-demmink-2-/