Journalistieke code

De Nederlandse Vereniging voor de Journalistiek (NVJ) heeft een (gedrags)code opgesteld voor journalisten opgesteld. Aan de lezer te beoordelen of Peter R. de Vries zich aan alle punten gehouden heeft (in de zaak Koos H.). De eerste alinea (preambule) wordt de belangrijkste taak van de journalistiek genoemd. De vraag is in hoeverre dat in de praktijk door journalisten daar aan gehouden wordt en of men bewust is van haar/zijn belangrijke verantwoordelijkheid binnen onze democratie.

 

Zie: www.nvj.nl/ethiek/code-voor-de-journalistiek

Preambule
Een betrouwbare en pluriforme journalistiek is van het grootste belang voor de democratische samenleving, die niet goed kan functioneren zonder geïnformeerde burgers en een vrije uitwisseling van ideeën. In die open samenleving komt de journalist het recht op vrije nieuwsgaring toe, én de verantwoordelijkheid het nieuws waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier te brengen.

Waarheidsgetrouw
1. Bij het doorgeven van nieuws neemt de journalist de werkelijkheid zoals hij die aantreft en waarneemt als uitgangspunt. De verificatie van feiten en de weergave van uiteenlopende meningen belichaamt het journalistieke streven naar objectiviteit.

2. De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen.

3. De journalist gaat zorgvuldig en integer te werk en geeft daarvan ook blijk in zijn berichtgeving door verantwoording af te leggen over zijn journalistieke methoden.

4. In zijn berichtgeving baseert de journalist zich alleen op zijn eigen waarneming of op bronnen die hem bekend zijn of die hij betrouwbaar acht.

5. De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.

6. Bij het bewerken van nieuws, in tekst, geluid, beeld of combinaties daarvan (infografieken, animaties) maakt de journalist duidelijk waaruit zijn bewerking bestond.

7. De journalist die in zijn berichtgeving fictieve elementen verwerkt, door namen van betrokkenen te wijzigen of feiten te dramatiseren, legt daarvan telkens rekenschap af.

8. In columns, recensies, opiniërende berichten en vergelijkbare genres komt de journalist een grotere vrijheid toe dan in andere berichtgeving, waar het gaat om het controleren van feiten, het achterwege laten van wederhoor, en het door elkaar gebruiken van feiten en fictie.

9. De journalist die verwijst naar informatie van derden, door een ander medium als bron te noemen of door het aanbrengen van een hyperlink, doet dat openlijk en royaal, maar is daarmee niet per se verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie.

Onafhankelijk
10. De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling.

11. De journalist zal, indien hij gebonden is aan enige politieke partij, belangenvereniging of bedrijf anders dan de uitgever van zijn eigen medium, daarvan in zijn berichtgeving telkens rekenschap geven indien dat voor de beoordeling van het bericht relevant is.

12. De journalist maakt geen misbruik van zijn positie.

13. De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan.

Fair
14. Bij het verzamelen, selecteren en bewerken van nieuws gaat de journalist fair te werk.

15. De journalist beschermt bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd.

16. De journalist die zich baseert op anonieme bronnen moet aannemelijk maken dat zijn bronnen betrouwbaar zijn, de informatie niet op andere wijze kon worden verkregen en hij die zo goed mogelijk elders heeft geverifieerd.

17. Het zoeken naar hoor en wederhoor is een journalistiek basisprincipe. In het bijzonder bij het publiceren van beschuldigingen of verdachtmakingen aan het adres van een persoon of organisatie, past de journalist wederhoor toe. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid, liefst in dezelfde publicatie en zonder onredelijke tijdsdruk, te reageren op de aantijging.

18. De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk is.

19. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.

20. De journalist publiceert geen tekst of foto’s en zendt geen audio-opnames of beelden uit die zijn gemaakt van personen in privé-situaties zonder toestemming van de betrokkene, tenzij met de publicatie een groot maatschappelijk belang is gediend.

21. De journalist gebruikt geen privé-documenten tenzij de betrokkenen daarvoor toestemming hebben gegeven, of met de publicatie een groot maatschappelijk belang is gediend.

22. De journalist van wie blijkt dat hij een onjuist bericht heeft gepubliceerd, zal een schadelijke onnauwkeurigheid, gevraagd of ongevraagd, op zo kort mogelijke termijn op royale wijze corrigeren.

Open vizier
23. De journalist verzamelt, selecteert en publiceert het nieuws zonder zich te verschuilen achter een andere dan zijn eigen identiteit, tenzij met die werkwijze een groot maatschappelijk belang is gediend.

24. De journalist maakt zichzelf en zijn methoden bij het verzamelen van informatie in beginsel als zodanig bekend.

25. De journalist lokt geen incidenten uit met de bedoeling nieuws te creëren. Hij lokt evenmin incidenten uit om een misstand te illustreren, tenzij daarmee een groot maatschappelijk is gediend.

26. Tenzij daarmee een groot maatschappelijk belang is gediend, neemt de journalist niet anoniem of onder pseudoniem deel aan discussies, op internet of in andere media indien er raakvlakken zijn tussen zijn gewone berichtgeving en zijn bijdragen aan die discussies.

27. De journalist steelt geen informatie en betaalt niet voor gestolen informatie.

28. De journalist maakt geen gebruik van onrechtmatig door derden verkregen informatie, tenzij met publicatie daarvan een groot maatschappelijk belang is gediend.